Repelsteeltje,Vermaak op koninklijk niveau

Jaloersmakend op vele gebieden. Zo kan ik met mijn theaterhart het beste deze voorstelling omschrijven. Weer is het Don Duyns gelukt om een bekend sprookje overtuigend te laten plaatsvinden in een andere setting waar je in eerste instantie totaal geen link mee legt. Natuurlijk bevat het originele sprookje een koningshuis, maar om dan de associatie te maken met een Soestdijk ten tijde van de Greet Hofmans-affaire is een geniale zet.

WatRepelsteeltje en de blinde prinses – Theater Rotterdam
Wie: O.a. Bart Rijnink, Kim van Zeben,  Joke Tjalsma en Judith van den Berg.
Wanneer: 5 februari 2020
Waar: Schouwburg Orpheus (Apeldoorn).
Door: Romy van der Kolk

repelsteeltje 3
Foto: Sanne Peper
Heel even was ik bij aanvang teleurgesteld dat niet Wart Kamps, maar Bart Rijnink de titelrol van o.a. Repelsteeltje op zich nam deze avond. Aangezien er geen programmaboekjes beschikbaar waren voor volwassenen (zelfs nog over lopen steggelen met de directrice van Schouwburg Orpheus), wist ik niet dat dat ook tot de mogelijkheden behoorde.
Al na enkele minuten verdween die teleurstelling als sneeuw voor de zon; de speelse (bij tijds kinderlijke) energie met een klein vleugje venijn die Bart portretteert, maakt al snel dat je meer wil weten over dit personage. Het koppelen van het niet willen zeggen van zijn naam aan de angst voor het verliezen van privacy maakt het niet alleen lachwekkend op een goede manier, maar spiegelt prima de huidige samenleving.

Hoe verschillend rollen kunnen zijn binnen één stuk en hoe je er glansrijk in kunt slagen om beide vol overgave en overtuiging neer te zetten bewijst Judith van den Berg met verve. Haar prachtige timide en onzekere prinses Marijke (jazeker, de blinde prinses) bloeit op een zeer goede manier uit naar de ‘de hele wereld aankunnende’ Koningin Christina. Toch krijgt ze het voor elkaar om tegelijkertijd een zeer overtuigende Karla Karbonkel neer te zetten, die juist het tegenstrijdige spectrum aan eigenschappen met zich mee brengt.

Joke Tjalsma ís bijna gewoon Greet Hofmans (‘Zeggen jullie maar Tante Greet’) zoals ik mij haar altijd heb voorgesteld. Vanaf het eerste moment maakt zij van haar een intrigerend personage: geniepig, zogenaamd goed bedoeld, maar tegelijkertijd voel je aan je water dat er duidelijk iets niet in de haak zit. Als zij na de pauze transformeert naar prinses Armgard, heb je per direct een hekel aan haar. En dan is nog niet eens ten tonele verschenen…
repelsteeltje 2
Foto: Sanne Peper
De karikaturen van koningin Juliana (Kim van Zeben) en haar gemaal prins Bernhard (Patrick Duijtshof) blijven gedurende hele stuk binnen de grenzen, zodat zij geen enkel moment ongeloofwaardig overkomen. Niet alleen zijn zij hiermee voor het volwassen publiek gelijk te herkennen, maar ook worden de typerende kenmerken van de twee (de koningin van het volk en de eeuwige rokkenjager) dermate uitgelicht en verdraaid dat je er wel om moet lachen. Zowel het spel van Kim als van Patrick neemt je mee in een overtuiging die gewoon klopt bij het al geldende beeld van deze vorstelijke familie.

Op de varkenshouderij treffen we Sterre (Johanna Hagen) en haar vader Joost (Bas Hoeflaak) aan, die symbool staan voor ‘het gewone volk’. Johanna speelt het ietwat wereldvreemde meisje met een toch heel eigentijds woordenschat op een heel prettige manier. Je wordt gelijk verliefd op haar en voelt met haar mee. Zelfs haar ‘date’ met Prins Bernhard voelt niet heel vreemd aan op deze manier, ook al weet je natuurlijk direct wat er in dit sprookje volgt.

Bas Hoeflaak doet precies waar hij ook in eerdere rollen in schitterde: een man met een goede inborst spelen, die zichzelf (en daarmee zijn dochter) behoorlijk in de nesten werkt. Het duet in de tweede akte samen met Kim van Zeben raakt precies de juiste snaar en toont aan dat de varkenshoeder eigenlijk maar een klein hartje heeft. Een goed getimede komische noot in een toch al komische setting.

Lakei Ronald, duidelijk op de hand van Prins Bernhard, moet gedurende het stuk toch ernstig zijn mening bijstellen. Neerbuigend naar het klootjesvolk, zelfverzekerd over zijn eigen kunnen en zelfs zijn eigen koningin corrigerend; David Westra zet een zwaar irritant en arrogante versie van deze haast omhooggevallen lakei neer. Door zijn spel (ook als hij slechts ‘toneelvulling’ is) krijgt hij het voor elkaar dat je bij hem meteen op je hoede bent; een luistervink die alles zal doen om op een goed blaadje te komen bij zijn werkgevers. Die ‘ene collega’ die helaas iedereen heeft.

En de award voor meest onverwachte acteur gaat naar…vaste taxichauffeur Henk van der Horst, die hoogstpersoonlijk verantwoordelijk is voor het tijdig brengen en halen van cast en crew elke voorstelling. Opeens verschijnt daar een acteur die niet eerder op het toneel gezien is in de rol van Jonkvrouw Calkoen van Ballesack. Kinderen beginnen meteen in het programmaboekje te bladeren en je hoort om je heen vragen aan ouders: ‘wie is die meneer, mamma?’. Henk lijkt het gelaten over zich heen te komen, maar deze onverwachte verrassing is een zeer welkome twist om het publiek nog meer op het puntje van zijn stoel te houden.

Acteurs zoveel de mogelijkheid geven om zoveel verschillende rollen zo overtuigend neer te laten zetten, fantastische decors die in rap tempo elkaar afwisselen en toch de voorstelling het gevoel mee kunnen geven dat vlekkeloos in één stuk door gaat; het is een gave waar menig theatergezelschap mee op zijn smoel gaat. Een gave waar het complete creative team van Toneelgroep Rotterdam elke keer weer in uitblinkt. Ze laten het, door goed geplaatste intermezzo’s, zo makkelijk lijken dat het je doet afvragen waarom niet iedereen hierin slaagt.
repelsteeltje 4
Foto: Sanne Peper
Dit jaar wordt de cast ook weer vergezeld door 6 kinderen (afkomstig van de bekende scholen in de regio’s) die de show stelen door o.a. de varkentjes op de varkenshouderij te spelen. De gevleugelde theater uitspraak ‘Werk nooit met kinderen en dieren, omdat zij zo onvoorspelbaar zijn’, lijkt voor deze cast ook weer geen enkel probleem te zijn; moeiteloos verwerken zij het spel van de kinderen in hun eigen spel en geven ze gelijke tijd alle ruimte om de show te stelen met hun aandoenlijkheid. Waarbij ook chapeau voor de kostuumafdeling, want de kostuums zijn erg overtuigend.

Is er dan niets aan te merken op deze voorstelling? Jawel, dit keer toch wel. Waar vorige producties een veelvoud van prachtige teksten op herkenbare liedjes bevatten, is dat aandeel dit keer redelijk summier te noemen. Dat is jammer, omdat ook dit al vele jaren een van de sterke kanten van Theater Rotterdam is. ‘Lekker Knallen’ op de melodie van ‘Rock me Amadeus’ is in Repelsteeltje hier een heel goed voorbeeld van te noemen.

Wat jammer is, is dat deze voorstellingen continue als kindervoorstellingen op de markt worden gezet door veel theaters. In mijn eigen kring merk ik bijvoorbeeld dat mensen, zodra zij lezen dat de voorstelling geschikt is voor 8+, hierdoor afhaken. Een groot deel van het volwassen publiek heeft niet door heeft wat voor een jaarlijks terugkerend pareltje op deze manier aan hun neus voorbijgaat.

Volgend jaar speelt Theater Rotterdam ‘Wolfgang, het wonderkind’, inderdaad over de componist Mozart. Ik kan persoonlijk niet wachten om te zien wat Don Duyns, Pieter Kramer en de hunne nu weer voor een spektakel uit de hoge hoed zullen toveren. Ik kan niet garanderen dat ik niet dit jaar nóg een keer Repelsteeltje zal bezoeken, hopelijk dan met Wart Kamps; ondanks het fantastische spel van Bart Rijnink ben ik toch enorm nieuwsgierig geworden naar de energie die Wart mee brengt in deze rol.
‘Repelsteeltje en de blinde prinses’ is nog tot 13 april 2020 door het hele land te bewonderen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s