Anouk van Nes, 25 jaar in het vak: “Ik leer nog steeds!”

Anouk van Nes zit dit jaar 25 jaar in het vak! Als actrice was zij te zien in verschillende theatervormen waaronder musical (Cats, 42nd Street en West Side Story), Muziektheater (De Tweeling), Cabaret (Purper Ladies en Dames Eerst) en Comedy (stukken van Jon van Eerd). In dit jubileumjaar is Anouk meer dan terug! Na een turbulente periode staat zij sinds twee jaar in de theatertour van “Opvliegers”, waarin zij de rol van Joke speelt. Eind 2019 zal zij in de laatste van de vijf voorstellingen, Opvliegers op Safari, te zien zijn. Om de cirkel rond te maken speelt zij dit jaar nogmaals haar beste rol uit haar 25-jarige carrière, namelijk die van Tanja in Mamma Mia! Genoeg redenen om met Anouk in gesprek te gaan over wat theater voor haar betekent.

“Ik leer nog steeds en ik ben nederig aan mijn vak”          

Door: Robin Streppel

21191990_1408842125836184_8162774590044020_n
Foto: Monique Hoffmann

Als klein meisje droomde je ervan om balletdanseres te worden. Welke dromen had je nog meer?
“Ik had er maar één, dat was ballerina worden. Ik weet nog dat mijn moeder mij, zoals een goede culturele opvoeding betaamd, mee nam naar Giselle, een heel romantisch verhaal. Ik heb de hele voorstelling gehuild, werd overmand door mijn emoties. Vanaf dat moment was het alleen nog maar ballet voor mij. Zodra ik klassieke muziek hoorde, wat mijn ouders uitsluitend draaiden, fantaseerde ik over hoe het was daar te staan. Ik had wel interesses daarnaast, maar die kwamen en gingen. Ballet kwam terug en bleef tot ik naar de dansacademie ging. Daarnaast vond ik het erg leuk mensen aan het lachen te maken. Ik was een clown, niet de klassieke clown met een rode neus, maar ik vond het geweldig om toneelstukjes te doen of mensen zomaar ten koste van mezelf aan het lachen te maken.”
Jij bent de creatieveling in je familie. Je ouders, broers en zussen kozen voor een pad in de wetenschap. Jij een pad als kunstenaar, niet een gemakkelijk pad. Wat waren hun zorgen?
“Ik was een heel emotioneel meisje. Ik wilde naar de dansacademie. Fysiek was ik daar sterk genoeg voor, maar emotioneel wordt er veel van je gevraagd tijdens de opleiding. Was ik daar wel klaar voor? Ik kon bijvoorbeeld heel erg uitkijken naar kerstmis, zo erg dat ik ziek op bed lag. De dansacademie is hard. Het regime van de opleiding is sterk, het is herhalen, herhalen, discipline. Dat hielp mij ook, want dat gaf houvast. Je wordt geleefd en je hoeft je alleen maar te concentreren op je dans. Je lijf vormt zich daar.”

Wat neem je mee uit jouw tijd op de dansacademie naar deze tijd in je lessen aan de studenten die je lesgeeft op de media academie?
“Dat ik heel goed begrijp dat het jonge, onervaren mensen zijn aan wie ik les geef. Zij moeten nog leren zich te uiten. Ik vind het heel leuk om ze mee te nemen, ze te begeleiden met allerlei zaken die in hun jonge levens spelen. Zij krijgen een pakket mee vanuit de opleiding, daar moeten ze het mee doen. Het ligt voornamelijk aan doorzettingsvermogen of ze komen waar ze willen zijn. Doorzettingsvermogen én talent. Maar als je talent hebt en je doet er niks mee vergaat het.”

Jij zit nu 25 jaar in het vak. Je studeerde aan de Rotterdamse Dansacademie en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Veel mensen verlaten het vak. Wat maakt dat jij er nog bent?
“Ik was laatst op een reünie van mijn de klas van mijn Theaterschool. Ik ben de enige uit mijn jaar die nog in het vak zit. Voor hen is het sentiment. Voor mij is het nog steeds mijn leven. Ik ben nog steeds student, er is nog zoveel dat ik kan leren. Als je denkt dat je uitgeleerd bent en je krijgt niet de kansen waarop je denkt recht te hebben, dan is dit vak al heel snel niet leuk. Het vak slokt je dan op. Of je ziet nog kansen en je bent bereid om te werken. Het vak blijft dan leuk. Ik ben dankbaar dat ik nog altijd werk heb.”

Ben jij gekomen op de plek waar je wilde zijn?
Anouk denkt. “Daar denk ik niet echt zo over na. Ik blijf altijd nederig aan het vak. Ik ben altijd heel dankbaar en denk dan: ‘wanneer komen ze er eindelijk achter dat ik eigenlijk geen reet kan?’ Ik heb altijd het gevoel dat ze me nog zullen betrappen. Inmiddels ben ik wel op het punt dat als ze voor me kiezen ik het prima vind. Ik vind het namelijk heel leuk. Te leuk om nee te zeggen. Ik besef heel goed dat ik geen zangeres ben, maar een actrice die ook zingt. Voor bijvoorbeeld rollen als Elisabeth is een sopraan voor nodig. Ik ben alt, vrijwel alle hoofdrollen zijn sopraan. Vaak speel ik de leuke bijrol en daar ben ik blij mee. Ik kom vaak sterk over op het toneel en ik word nooit voor de girl next door gecast.”

Wat is je droomrol?
“Sunset Boulevard, Norma Desmonds. Het melancholische van die vrouw vind ik heel interessant.”

49388086_1225964174229202_2966646293461467136_n
Anouk in Opvliegers 4, Trossen Los. Foto: Peggy de Haan

Een rol als Velma Kelly in Chicago, zal dat er nog in zitten na je revalidatie nu twee jaar geleden?
“Dat lijkt mij echt heel leuk. Ik denk dat ik het nu nog steeds heel leuk zou vinden. Dansen lukt mij weer goed, want mijn spieren hebben het dansersgeheugen. Ik hou het heel goed bij, ik heb door mijn revalidatie veel discipline geleerd. A lesson for life. Mijn spieren hebben wel een optater gekregen, maar het geheugen hebben ze nog. Het was pittig. Ik ben voor mijn operaties relatief jong, het heeft mij heel veel geleerd in acceptatie. Ik merk dat ik een vechtersmentaliteit heb. Zodra het moeilijk wordt, ga ik heus wel even in de slachtofferrol. Maar er is altijd iets in mij dat gaat vechten.”

Wat heeft die tijd je gebracht?
“Geduld. Het was een hele moeilijke les, het maakte me bewust van de maakbaarheid van je eigen leven. Dat je niet geleefd wordt, maar het zelf doet. Het heeft me ook geleerd mijn kwetsbaarheid te tonen. Ik kon heel veel dingen niet meer, dus ik moest om hulp vragen. Ik kreeg een nieuwe relatie met mijn huidige vriend, die heeft mij goed geholpen omdat ik om hulp moest vragen. Nu zie ik ook wat kwetsbaarheid brengt. Nu durf ik te zeggen dat ik iets niet weet. ‘Kun je mij helpen?’ of ‘Wat vind jij?’, zijn vragen die mij mooie nieuwe dingen brengen, verbinding.”

IMG-20190804-WA0003Hoe is het om met je nieuwe collega’s in de cast van Mamma Mia verbinding te maken? Wat geef jij je jongere collega’s mee?
“Wat ik hoop dat ik mee geef is dat het belangrijk is verantwoordelijkheid te nemen voor je rol. Ik neem veel verantwoordelijkheid voor mijn rol. Dat het een privilege is, dat het een voorrecht is om in dit vak te staan. Het is zwaar, dat weet ik. Maar het is ook zo dat mensen er veel geld ervoor betalen, je geeft ze iets van magie. Dat vind ik een voorrecht.”

Waarvan raak jij geïnspireerd?
“Dat kan van alles zijn. Laatst zag ik Jett Rebbel tijdens zijn concert, op blote voeten. Hij had iets onhandigs, maar authentieks. Dat vind ik fantastisch. Van kleine dingen kan ik geïnspireerd raken.”

Wie waren je inspiratiebronnen vroeger toen je net startte in het vak?
“Het was toen in die tijd ‘the big five’; Pia, Simone, Joke, Vera en Ellen. Zij waren net de generatie voor mij, die musical in Nederland groot hebben gemaakt. Ik was natuurlijk danseres en keek enorm op tegen Joyce Stevens, zij was een waanzinnige danseres. Ik wilde hen zijn, ze waren sexy. Stanley ook, ze waren populair. Ze waren out there, ik kwam van de dansacademie met een suf knotje. Ik weet nu dat het sexy is als jezelf bent en je kracht haalt uit jouw unieke zelf en niet door iemand na te doen.”

In 2002 brak je nationaal door als Roxy Belinfante, een omslagpunt in je carrière. Hoe belangrijk is dit geweest voor het verder verloop van je carrière?

“ Goede tijden, Slechte Tijden kwam precies op het goede moment. Ik speelde al enkele jaren in musicals, kleinere rollen of in het ensemble. Toen ik in A Chorus Line speelde, was er een collega die auditie zou doen voor Roxy. Zij kwam bij mij want ze vond de rol beter bij mij passen. Vervolgens heb ik met het castingbureau contact gezocht en met Wilbert Gieske, die ook in A Chorus Line speelde, erover gesproken. Na een aantal castings had ik de rol. Ineens wist iedereen wie ik was, dat terwijl ik al jaren in het theater stond. Na Goede Tijden, Slechte Tijden gingen deuren gemakkelijker open. Ik speelde daarna wel grotere rollen en heb ander werk kunnen doen. Het was strategisch een slimme keuze, dat had ik al gemerkt toen Angela Schijf in 42nd Street de hoofdrol speelde. Ze was goed in die rol, maar er waren ook andere meiden die die rol hadden kunnen spelen. Chantal Janzen was understudy en deed het ook fantastisch. Ik heb er wel moeite mee als dingen aangepast moeten worden voor een bekend persoon, je scheurt uit Mozart ook geen pagina omdat iemand het niet kan spelen.”

Je was daarna nog in enkele televisieseries te zien, vervolgens ging je terug naar je oude liefde theater. Waarom?
“Ik heb van televisie veel geleerd en doe dat ook graag, maar theater is echt mijn ding. Live vind ik fijner, dat heeft ook te maken met het groepsgevoel. We hebben afspraken gemaakt, we doen alsof het echt is, dat is theater. Het is huilend naar huis of lachend naar de kleedkamer. Ik vind spelen heel leuk, ik vind het leuk om met tekst te spelen. Het fijne van iets vaker spelen is dat je het elke keer anders kan doen. Dan zie ik een twinkeltje in het oog van mijn tegenspeler. Toch heb ik via televisie de meeste bekendheid gekregen, dat staat niet in verhouding. Joop van den Ende heeft wel eens tegen me gezegd, dat heb je slim gedaan van Nes.”

Wat is het grote verschil met de 90’s waarin musical groot werd en nu?
“Voor mij als mens heeft heel erg te maken met dat musical nu al veel meer is gearriveerd. Mensen uit het vak gaan er nu gemakkelijker mee om. Ik kom nog uit de generatie waarin iedereen verrukt was van iets nieuws. Oh my god, de nieuwe plaat van Funny Girl, die kocht iedereen. Het was zo spannend dat West Side Story kwam, dan had je dertig man onder in de orkestbak. Er werd geïnvesteerd en de spanning erom heen was voelbaar, je voelde je ontzettend speciaal als je erin mee speelde. Tegenstrijdig was de reacties van mensen die je tegen kwam die nog niet bekend waren met het vak en vroegen wat ik dan overdag voor werk deed. Die vraag krijg ik nu soms nog steeds, maar nu wordt het meer gezien als een beroep. Het was een mooie tijd waarin we in het auditieseizoen met driehonderd meiden tegelijk auditie deden voor het ensemble. Als ik dan een ronde verder kwam was ik blij, maar ik heb ook heel veel geluk gehad. Elk seizoen had ik weer werk. Natuurlijk ben ik heel vaak afgewezen en dat gebeurt nog steeds, maar ik heb ook veel kansen gekregen.”

57128383_2092354197484970_5050244390287572992_n
Anouk in de tour van Mamma Mia! Foto: Roy Beusker

Over kansen gesproken, nu in het jaar dat je 25 jaar in het vak zit speel je wederom de rol van Tanja. Een rol die je op het lijf geschreven is. Hoe is dat?
“Dat is echt een feestje! Nu ben ik tien jaar verder, ik heb me ontwikkeld en ik heb nu de leeftijd voor Tanja. Tien jaar geleden was ik 37, wat jonger voor de rol. Toch was het één van de leukste producties die ik heb gedaan, met mooie herinneringen. Het was wel weer even zoeken, maar na een paar voorstellingen had ik Tanja te pakken. Ik ging met m’n hand door m’n pruik, elegant zoals Tanja dat doet. Iets wat ik als Anouk nooit doe, omdat ik daar het haar niet voor heb. En ik dacht, ah daar ben je ouwe vriendin!”

61613450_2171797469540642_7062698548583727104_n
Foto: Anouk en Sophia Wezer als beide Tanja’s!

Je bent in die 25 jaar bijna non-stop in Nederlandse theaterproducties te zien geweest. Wat doe je als je een vrij periode hebt tussen twee producties in of als je een seizoen niet in het theater staat?
“Met vrienden afspreken, als je in een voorstelling staat heb je daar minder tijd voor. Dan is het vroeg al naar het theater en laat thuis. Ik hou van koken en nodig mensen graag uit voor een diner. Het is heerlijk om soms ook een tijd geen werk te hebben, dat biedt ruimte voor reflectie. Nu werk ik non-stop want na Opvliegers stond ik direct weer in Mamma Mia!. In november start ik weer met Opvliegers 5, wat ik daarna ga doen weet ik nog niet. Daarnaast geef in natuurlijk les, dat doe ik meer als ik niet in het theater sta”

Wat zou je nog meer te bieden hebben in het werkende leven en aan de wereld?
“Daar heb ik tijdens mijn artrose-periode diep over nagedacht. Het was heftig om te ervaren dat ik niet meer kon dansen en bewegen. Ik had alleen maar pijn. Nu sta ik weer op de plek waar ik altijd was en wil zijn! Het toneel is de plek waar ik wil zijn en waar ik nog veel plezier in heb. Toch heb ik ontdekt door het les geven dat ik het ook heel leuk vind om met mensen te werken en ze iets te leren. Soms denk ik dat ik ook productioneel werk voor een seizoen leuk vind. Waar ik dan aan denk? Aan Resident Director bijvoorbeeld, dan bewaak je de kwaliteit van de voorstelling en werkt nieuwe mensen en understudys in. Het mooie daarvan vind ik dat je steeds met andere mensen werkt. Nu in Mamma Mia! bijvoorbeeld ben ik een andere Tanja dan Sophia Wezer, van wie ik de rol af en toe overneem. Ieder neemt iets anders mee in een rol en daar samen naar opzoek gaan lijkt mij mooi. Daarnaast zijn er nog tal van voorstellingen die ik graag wil spelen, maar er is meer. Tijdens mijn revalidatie kwam ik altijd op creatieve beroepen uit, als fotograaf, coach of kok. Maar, gelukkig sta ik nog op het toneel en dat doe ik met zeer veel plezier en liefde!”

Mamma Mia! is nog tot september te zien in het Beatrix Theater in Utrecht. Anouk is vanaf het najaar te zien in Opvliegers 5, Op safari!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s